·8 min leestijd

Tomaten kweken — Complete gids van zaadje tot oogst

De tomaat is een van de geliefdste gewassen in de moestuin. In deze complete gids nemen we alles door: rassenkeuze, binnen voorzaaien, uitplanten, bemesten, dieven en oogsten.

De tomaat hoort bij de populairste gewassen van iedere moestuinier. Bijna iedereen met een tuintje of een zonnig balkon waagt zich eraan. Toch gaan er nog altijd veel dingen mis waardoor de opbrengst tegenvalt of ziekten vrij spel krijgen. In deze gids lopen we het hele proces door, van het kiezen van een ras tot het plukken van de laatste vruchten.

Advertentie

Het juiste ras kiezen

Er zijn tientallen tomatenrassen te koop. Voor beginners raden we doorgroeiende (indeterminate) rassen aan, die de hele zomer blijven groeien en vruchten zetten. Betrouwbare klassiekers zijn 'Moneymaker', 'Coeur de Boeuf' en 'Tigerella'. Kweek je op een balkon, kies dan compacte struikrassen zoals 'Balkonzauber' of 'Tumbling Tom'.

Let bij het kiezen ook op de weerstand tegen de aardappelziekte (Phytophthora infestans), in ons natte klimaat verreweg het grootste probleem. F1-hybriden zijn doorgaans weerbaarder, maar hun zaad kun je niet bewaren om het volgende jaar opnieuw te zaaien.

Binnen voorzaaien

Begin in de eerste helft van maart met voorzaaien in huis. Zaai in een zaaibakje op de vensterbank, gevuld met goede zaai- en stekgrond, op zo'n halve centimeter diepte. Houd de grond gelijkmatig vochtig, maar laat hem nooit kletsnat worden.

De ideale kiemtemperatuur ligt tussen 22 en 25 °C. De zaden kiemen meestal binnen 5 tot 10 dagen. Zodra de zaailingen boven staan, mag de temperatuur omlaag naar 18-20 °C en is veel licht belangrijk — het liefst 12 tot 14 uur per dag. Is je vensterbank te donker, overweeg dan een led-kweeklamp erbij.

Zodra de plantjes hun eerste echte bladpaar hebben (dus niet de kiemblaadjes), kun je ze verspenen naar aparte potjes van 8-10 cm doorsnede. Zet het plantje bij het verspenen dieper dan het eerst stond, tot aan de kiemblaadjes — op het ingegraven stukje stengel vormen zich wortels, en dat maakt de plant een stuk steviger.

Afharden en uitplanten

Begin twee weken voor de geplande uitplantdatum met afharden. Zet de planten eerst 2-3 uur per dag buiten en bouw dat geleidelijk op. Bescherm ze tegen de felle middagzon en tegen harde wind.

Plant pas uit na IJsheiligen — niet vóór 15 mei — wanneer het gevaar van nachtvorst echt geweken is. Kies een zonnige, beschutte plek. De ideale plantafstand is 50 cm tussen de planten en 60 cm tussen de rijen.

Maak vooraf de plantgaten klaar en doe in elk gat een handvol compost en een eetlepel beendermeel. Zet de planten dieper dan ze in de pot stonden — is de stengel lang geworden, dan kun je hem schuin in een geultje leggen en met grond bedekken. Langs de hele ingegraven stengel vormen zich nieuwe wortels.

Verzorging tijdens het seizoen

Tomaten hebben regelmatig water nodig, altijd bij de voet en nooit over het blad. Geef bij voorkeur 's ochtends water, zodat eventueel vocht op de bladeren overdag kan opdrogen. Giet in warme periodes dagelijks, bij koeler weer om de dag. Onregelmatig water geven leidt tot gescheurde vruchten.

Mulchen is voor tomaten onmisbaar. Een laag van 5-10 cm stro, grasmaaisel of compost rond de planten houdt de grond vochtig, onderdrukt onkruid en voorkomt dat opspattende grond de onderste bladeren bereikt — de belangrijkste besmettingsroute voor phytophthora.

Opbinden en dieven

Doorgroeiende tomaten hebben steun nodig. Gebruik tonkinstokken of spiraalstokken van 150-180 cm, of touwen die aan een frame hangen. Bind de planten geleidelijk op met zacht bindtouw, in een achtje om stengel en stok.

Verwijder regelmatig de dieven (de scheuten die in de bladoksels verschijnen) zolang ze nog klein zijn. Laat alleen de hoofdstengel staan, eventueel met één sterke dief onder de eerste bloemtros voor een teelt met twee stengels. Dieven die je laat zitten kosten de vruchten energie en verminderen de luchtcirculatie.

Bemesten

Gun de planten na het uitplanten 2-3 weken om aan te slaan. Begin daarna elke 10-14 dagen bij te mesten. Gebruik in de eerste groeifase een stikstofrijke meststof. Zodra de vruchten gezet zijn, schakel je over op een kaliumrijke meststof: die bevordert het afrijpen en verbetert de smaak.

Ziekten en bescherming

De aardappelziekte (Phytophthora infestans) is de ernstigste schimmelziekte van tomaten in ons klimaat. Je herkent haar aan bruine vlekken op blad en vruchten, vooral bij vochtig, koel weer. Begin al in juni preventief te spuiten met een middel op koperbasis, elke 10-14 dagen. Zorg daarnaast voor voldoende plantafstand en een goede luchtcirculatie.

Neusrot (een donkere, ingezonken plek aan de onderkant van de vrucht) is geen ziekte maar een fysiologische afwijking door calciumgebrek. De oorzaak is meestal onregelmatig water geven. De oplossing: houd het vochtgehalte gelijkmatig en constant — en bekalk zo nodig de grond.

Advertentie

Oogsten en bewaren

Pluk tomaten als ze volledig rijp zijn: goed op kleur en licht meegevend bij zachte druk. Vruchten die aan de plant zijn gerijpt smaken het lekkerst. Haal in september, als de eerste nachtvorst nadert, ook de laatste groene tomaten van de plant — die rijpen binnen na bij kamertemperatuur. Leg er een rijpe appel naast om het rijpen te versnellen: die geeft ethyleen af. Meer over bewaren lees je in ons artikel over de oogst bewaren.

Goed verzorgde tomaten belonen de geduldige tuinier met een rijke oogst vol smaak, waar geen supermarkttomaat aan kan tippen. De sleutel is consequente verzorging en het voorkómen van ziekten.

Gerelateerde planten