Bollen werken volgens een simpel principe: alles wat nodig is om te bloeien zit al in de bol. Jij levert alleen de plek en de tijd om te wortelen. Precies daarom worden ze in het najaar geplant: ze hebben enkele weken koelte en vocht nodig om wortels te maken, en daarna een koudeperiode die de bloei op gang brengt.
Wanneer planten — en waarom tulpen als laatste
| Bol | Plantperiode | Bloei |
|---|---|---|
| Narcissen | september – half oktober | maart – april |
| Krokussen | september – oktober | februari – maart |
| Blauwe druifjes | september – oktober | april |
| Sneeuwklokjes, lenteklokjes | september (drogen snel uit) | februari – maart |
| Hyacinten | oktober | april |
| Tulpen | oktober – november | april – mei |
| Sierui | oktober | mei – juni |
Tulpen zijn de enige uitzondering waarbij wachten loont. Geplant in warme septembergrond lopen ze nog vóór de winter uit en zijn ze gevoeliger voor de schimmelziekte tulpenvuur. Plant ze pas als het is afgekoeld — november is prima, zolang de grond te bewerken is.
Diepte en afstand: de regel van drie
De universele regel luidt: plant op drie keer de hoogte van de bol. Een grote tulp (5 cm) gaat dus 15 cm diep, een krokus (2 cm) ongeveer 6 cm. De afstand tussen de bollen bedraagt ongeveer twee bolbreedtes.
Te ondiep planten is de meestgemaakte fout: bollen werken zich omhoog, bevriezen makkelijker, en ondiep geplante tulpen houden het vaak maar één seizoen vol. Dieper geplant blijven tulpen jarenlang in de border staan en verdragen ze de zomerse uitdroging beter.
Waar en hoe je plant
- Kies een plek zonder stilstaand water — in natte grond rotten bollen weg. Gooi op zware grond een handvol zand op de bodem van het plantgat.
- Plant met de punt omhoog — bij tulpen en narcissen spreekt dat vanzelf; bij onregelmatige knollen (anemonen) helpt de vorm niet: leg ze plat, ze redden zich zelf.
- Plant in groepen, niet in een rij — 7, 9 of 11 bollen in een onregelmatige pol oogt natuurlijk, een kaarsrechte rij oogt als een parade.
- Verwilder ze in het gazon — gooi een handvol bollen over het oppervlak en plant ze waar ze vallen. Gebruik krokussen of botanische narcissen, die later maaien verdragen.
- Geef water na het planten — die gietbeurt start de beworteling, die nog vóór de vorst moet plaatsvinden.
Bescherming tegen knaagdieren en wat je doet na de bloei
Tulpen, krokussen en hyacinten zijn een delicatesse voor woelmuizen en veldmuizen. Narcissen en blauwe druifjes zijn daarentegen giftig en blijven onaangeroerd — daarom loont het ze samen te planten: narcissen rondom tulpen werken als natuurlijke barrière. Waar de knaagdierdruk hoog is, helpen plantmanden van gaas.
Verwijder na de bloei de uitgebloeide bloemen zodat de plant geen energie in zaad steekt — maar laat het blad helemaal afsterven. Juist daarin worden de reserves voor volgend jaar aangelegd. Groen narcissenblad in het gazon wegmaaien is de zekerste manier om de bloei van komend voorjaar te schrappen.
Veelgestelde vragen
Tot wanneer kan ik bollen planten?
Zolang de grond te bewerken en niet bevroren is — in zachte winters gerust tot in december. Laat planten betekent latere en zwakkere bloei, maar is nog altijd beter dan de bollen in het zakje laten, waar ze toch uitdrogen of gaan rotten.
Moet ik tulpen elk jaar rooien?
Niet als ze diep genoeg (15 cm) staan op een plek die in de zomer opdroogt. Grootbloemige cultuurtulpen worden desondanks na twee of drie jaar zwakker. Botanische en Darwin-tulpen blijven jarenlang zonder ingrijpen in de border staan.
Waarom bloeiden mijn bollen niet?
Meestal om drie redenen: te ondiep geplant, het blad van vorig jaar te vroeg verwijderd of weggemaaid, of de bollen zijn opgegeten door knaagdieren. Bij tulpen komt daar de mogelijkheid bij dat de bol na het vorige seizoen uitgeput was en uiteenviel in meerdere kleine bollen die nog niet bloeibaar zijn.